verhaal van

Jens Meijssen en Cheyenne Huijsmans

Jens Meijs­sen en Chey­en­ne Huijs­mans

Vrij­wil­li­gers Zorg­cen­trum Rust in Roy

Als je je als jon­ge­re een beet­je aan­past, ont­staat er een band en ko­men de mooi­ste ver­ha­len naar bo­ven

In de sfeer­vol­le Nao­ber van zorg­cen­trum Rust in Roy drup­pe­len in de vroe­ge mor­gen de eer­ste be­wo­ners bin­nen voor het ont­bijt. Het is 8 uur als Jens en Chey­en­ne al aan­we­zig zijn om sa­men met de me­de­wer­kers de voor­be­rei­din­gen te tref­fen en de be­wo­ners met een stra­len­de glim­lach gast­vrij te ont­van­gen.

Ge­boeid door mooie ver­ha­len van bij­zon­de­re men­sen

Jens (13 jaar) kent de mees­te be­wo­ners al goed. Hij was 11 jaar toen hij voor het eerst sa­men met zijn oma op be­zoek ging bij haar buur­man die ver­zor­ging no­dig had van­we­ge een han­di­cap. "Oma ging ie­de­re dag op be­zoek bij de buur­man", ver­telt Jens ''en ze vroeg aan me of ik eens mee wil­de gaan." Sinds dat mo­ment, in­mid­dels al meer dan twee jaar ge­le­den, is Jens we­ke­lijks tot aan de co­rona­cri­sis, op vrij­dag­avond met veel ple­zier werk­zaam ge­weest als vrij­wil­li­ger in de huis­ka­mer. "Het is sjiek als je con­tact kunt krij­gen met de be­wo­ners", vindt Jens, "ook al zijn er soms be­wo­ners die wat te­rug­hou­dend zijn en waar­bij het tijd kost om hen ken­nen te le­ren."

Ook bij Chey­en­ne (13 jaar) sloeg de vonk over toen ze haar moe­der 's avonds ging op­ha­len van haar werk in Rust en Roy en daar in con­tact kwam met de be­wo­ners. Al snel kwam Chey­en­ne een half uur­tje eer­der waar­door ze nog even kon hel­pen op­rui­men op de huis­ka­mer en een praat­je kon ma­ken met de be­wo­ners. Sinds ju­li werkt Chey­en­ne met veel ple­zier als vrij­wil­lig­ster in de Noa­ber en ver­zorgt ze in het week­end, sa­men met Jens, elk één och­tend.

Voor­oor­de­len ma­ken plaats voor be­grip

Leef­tijds­ge­no­ten be­ti­te­len het vrij­wil­li­gers­werk bij ou­de­ren soms als suf­fig en saai. Jens en Chey­en­ne be­grij­pen dit wel, maar den­ken ook dat hun leef­tijds­ge­no­ten ou­de­re men­sen soms ook een beet­je eng vin­den, om­dat ze niet goed we­ten hoe ze er mee om moe­ten gaan en hen niet ken­nen. "Als je je als jon­ge­re een beet­je aan­past, ont­staat er een band en ko­men de mooi­ste ver­ha­len naar bo­ven", er­vaart Jens. Chey­en­ne kan dit al­leen maar be­a­men: "Het geeft je een heel dank­baar ge­voel als je ziet dat de be­wo­ners blij zijn als je er weer bent. Dus suf­fig en saai? Echt niet!"